frustraties

Lily is inmiddels anderhalf jaar oud en een pittig dametje geworden. Ze is helemaal baby-af. Ze is een kind. En daarmee blaast ze me soms omver.
Tot een maand of twee geleden waren Lily en ik nogal eens gefrustreerd. Zij wil namelijk van alles, maar kan dat niet duidelijk maken. ‘Ja’ en ‘nee’ komt nog over (‘ja’ is “la” en ‘nee’ is een gek geluidje en heftig nee-schudden), maar daar kwamen we niet ver mee. Dan zat ze bijvoorbeeld aan tafel en begon ze te jammeren. Continue reading Gebaren

Read more

In de afgelopen week zijn veel veranderingen geweest voor Lily en mij. Lily ging voor het eerst naar het kinderdagverblijf en ik ging voor het eerst werken. Tot nu was ik altijd thuisblijfmoeder. Lily was praktisch altijd bij mij. En anders bij Opa, Oma of Papa. Maar maandag was ze ineens bij mensen die ze niet kende – de leidsters van het kinderdagverblijf – en ik ging weg.

Achtergrondmuziekje voor deze blog: hier.

De eerste keer

De eerste dag ‘wennen’ bij het KDV ging een beetje raar. Ik zou om 9.00 uur een intakegesprek hebben met de coördinerende persoon van het KDV. Dat zou een half uur duren en dan zou ik afscheid kunnen nemen van Lily en naar Vluchtelingenwerk gaan. Daar had ik mijn laatste dagje. Maar het ging een beetje raar… Ik was keurig op tijd, maar de mevrouw die de intake zou doen was er pas om 9.15 uur. Shit. Daar ging het al. Lily was na een kwartiertje kat-uit-de-boom-kijken al lekker aan het spelen dus ik en de intakemevrouw gingen in een aparte kamer zitten voor de intake. “Ik ga even daarheen, Lily,” zei ik. “Ik ben zo terug.” Vond ze prima.

De intake liep uit en toen we klaar waren had ik eigenlijk al in de auto moeten zitten naar Vluchtelingenwerk. Shit. Wat moest ik nou? Moest ik nou nog terug, Lily laten weten dat ik er nog was maar dat ik nu weg ga? Of moest ik maar gewoon gaan? Normaal bestaat ons afscheid uit knuffels en woorden als “Mama gaat nu weg, jij blijft lekker bij [naam van oppas] spelen en ik kom je vanmiddag weer ophalen.” Nu had ik Lily gezegd dat ik even in de andere kamer was en zo terug zou zijn. Volgens mij begrijpt Lily dat hartstikke goed en zou ik er dus een leugen van maken als ik nu weg zou gaan.

“Kan jij even kijken hoe het met haar gaat?”

“Of ik nog een keer doei moet zeggen,” vroeg ik aan de intakemevrouw. “Dan ziet ze me niet.” De intakemevrouw ging even kijken. Ze vertelde dat Lily nu net even een beetje verdrietig was en dat als ik nu nog terug ging, het verwarrend zou zijn voor haar. Ik legde de intakemevrouw uit waarom ik twijfelde maar ze dacht toch dat ik beter gelijk kon gaan. Dat deed ik. Ik had immers geen tijd om Lily éérst te troosten en vervolgens nog uitgebreid afscheid te nemen. Dan zou ik moeten haasten en dan zou ze zeker over de zeik raken. Ik ging dus.

Continue reading Schuldgevoel

Read more

Als sinds ze één jaar is – misschien al wel langer – heeft Lily last van eczeem. Op de foto hierboven is die eczeem nog mild. Het zijn droge, rode plekken op haar schouders en armen, die vooral ‘s nachts jeuken. Eerst dacht ik dat het uitslag was van de kou – ik krijg immers zelf ook droge plekjes op mijn schouders en armen als het koud is. Maar toen werd het lente en verdween de kou, maar de plekjes verdwenen niet! We smeerden met Aloë zalf en Vaseline-cetomacrogol, maar het werd er niet beter op. De plekken werden met de tijd alleen maar vuriger en dikker en ook de jeuk werd erger.

Waarom heb ík daar niet aan gedacht?

Ongeveer een maand geleden vroeg ik in één van de vele Facebook-groepen waarvan ik lid ben wat ik tegen deze eczeem kon doen. Als reactie kreeg ik de tip te zoeken naar de oorzaak.

Natúúrlijk, waarom heb ik hier zelf niet aan gedacht?

Ik wéét dat symptoombestrijding maar tijdelijk is en nooit zo goed kan werken als het bestrijden van de oorzaak. Maar wat kon dan de oorzaak zijn? Als reactie op mijn Facebook-oproep kreeg ik de tip dat de oorzaak van eczeem meestal in de darmen ligt, bijvoorbeeld een koemelkallergie.

Koemelkallergie, waarom had ik dáár niet aan gedacht!? Mijn vriend en ik hebben allebei als baby koemelkallergie gehad. Voordat Lily geboren was, had ik er rekening meer gehouden dat zij koemelkallergie zou kunnen hebben. Maar toen dat in eerste instantie niet zo bleek te zijn, heb ik die optie verworpen en er dus nooit meer aan gedacht.

Continue reading Wasmiddel

Read more

De laatste tijd komt het woord ‘oer’ steeds vaker in me op. Het krijgt op steeds meer vlakken een betekenis. Eén van de betekenissen die het heeft gekregen is dat van het Oergevoel. Ik denk dat we ons Oergevoel, ons instinct, een beetje zijn kwijtgeraakt. Het zit er nog wel, maar we luisteren er niet naar. Sterker nog, we hóren ‘m soms niet eens meer!

In een gesprek over werken of thuismoederen vroeg een vriendin aan mij:

Als alles zou kunnen en geld geen rol zou spelen, wat zou je dan willen?

Ik wil wél werken, part-time dan. Maar wát wil ik dan doen? Ik ging in mijn hoofd de vacatures af die ik de afgelopen tijd was tegengekomen. En ik bedacht me hoe ik in de vacatures zou kunnen passen. Maar dát was niet de vraag! De vraag was wat ík wilde. Ik zou naar mijn gevoel moeten luisteren, maar ik kon het niet vinden. Continue reading Oer 1.

Read more

Vorige week donderdag was het heerlijk lenteachtig weer. De zon scheen, de wind bleef weg en ik zat op een terrasje bij de kinderboerderij te genieten van de warmte op mijn huid terwijl mijn moeder achter mijn dochter aanliep, die op haar beurt weer achter een hond aan drentelde. Het was genieten.

Met het lekkere weer kwam ook de term ‘rokjesdag‘ weer voorbij. Het wás dan wel geen rokjesdag (daar had het nog iets warmer voor moeten zijn), maar ik hoorde de term hier en daar vallen. “Rokjesdag is die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen,” aldus columnist Martin Bril, die de term ‘groot’ maakte. Dit jaar voor het eerst gingen mijn nekharen er van overeind staan.

Continue reading Feminist

Read more

Ik ben niet goed in het spelen van spelletjes. Bij Monopoly koop ik de straten met een leuke naam of een mooie kleur. Bij Yahtzee ga ik voor de combinaties die ik al had. Bij Stratego verstop ik mijn vlag altijd op dezelfde plek. Ik heb geen poker face. Ik kan niet bluffen. En áls ik bluf, vergeet ik dat weer en verraad ik mezelf alsnog.

The Dating Game

In daten ben ik ook niet goed. Gelukkig kwam ik mijn vriend tegen, anders was ik die vrouw met die katten geworden. En die fles wijn. — Oké, ik heb nu óók katten. En die fles wijn. Maar dat is niet mijn punt.

Ik was, toen ik me nog begaf in het levensgevaarlijke singles-leven, veel te veel mezelf. Dat mag niet. Je moet het spelletje meespelen. Laten blijken dat je ‘m leuk vindt, dan koeltjes doen alsof het je niet boeit, vervolgens geïnteresseerd luisteren naar zijn verhaal en dan vooral niét dezelfde dag nog sms’en! Ik was meer van “Hoi, ik vind je leuk. Wat jij?” Werkt niet. Schrikt af.

Goed. Ik dacht daar dus van af te zijn. Ik ontmoette iemand die mij dezélfde dag nog een sms stuurde.

“Hoi, ik vind je leuk. Wat jij?”

Wij hebben nu een dochter. 🙂

Continue reading What’s the Name of the Game?

Read more