Al was het in eerste instantie niet de bedoeling, ik ben fulltime moeder. En dat vind ik prima – ik geniet er volop van! Ik mis niks en kan Lily de ervaringen geven die ze nodig heeft, óók het spelen met andere kindjes, dat doen we via speelgroepen.

Sinds kort ben ik niet écht meer fulltime moeder, omdat ik één dag in de week werk bij VluchtelingenWerk Nederland. Lily gaat dan naar mijn ouders. Maar goed, die dag ben ik dus wel kwijt – geen tijd voor mezelf.

Dat ik altijd en bij alles (afgezien van die ene dag werken dan) Lily bij me heb, vind ik super. En dat maakt haar niet aanhankelijk, wat mensen nog wel eens willen denken. We zijn een team geworden, we kennen elkaar, er is vertrouwen en daarom hobbelt ze de hele wereld door, wetende dat ik een eindje verderop achter haar aanloop. Mocht er iets gebeuren, ben ik er voor haar. En andersom ziet ze mij van alles doen en daarvan leert ze ook. Als je het mij vraagt is dat de natuurlijke gang van het moederschap.

Fulltime+

Maar eigenlijk is het niet fulltime. Fulltime werken betekent zo ongeveer van 9.00 tot 18.00 werken, van maandag tot en met vrijdag. En dat is natuurlijk veel minder dan het fulltime moederschap. Dan is 24/7. Het is fulltime+.

Dat wist ik natuurlijk ook toen ik in het fulltime moederschap rolde. En ik ben er ook blij om. Maar, waar ik niet aan had gedacht, is de mogelijkheid dat je kindje niet zonder jou kan gaan slapen, ‘s avonds! Dat is het geval bij Lily. Als ik er niet ben bij het slapengaan is ze onrustig, angstig en kan ze ontzettend in paniek raken. Mijn vriend wordt inmiddels ook ‘getolereerd’, hoewel het wel even moeite kost voor haar om te accepteren dat het dus zonder mij gaat gebeuren, en dat is heel fijn. Maar vorige week waren we allemaal (ja, allemaal) ziek! Ik was inmiddels al wat beter en wilde naar de verjaardag van mijn beste vriendin, maar Lily was een dweil en Papa lag op bed met koorts. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ze achter te laten.

Wat voelde ik me een rot-vriendin!

Maar wat moest ik dan? Als ik mijn zieke vriend met mijn zieke dochter had thuisgelaten was zij niet gaan slapen (behalve misschien na een half uur janken) en dat had hij niet getrokken! Dan had ik me een rot-moeder gevoelt! Ik ging dus maar voor rot-vriendin… Dat is dan de prijs, denk ik?

Ziek

Na allemaal een week ziek te zijn geweest en toen langzaamaan weer te zijn opgekrabbeld, kreeg ik vrijdagnacht uit het niets een borstontsteking. Koortsaanvallen en ontzettend veel mijn in mijn borst. Ik voelde me akelig! Maar in het fulltime+ moederschap zijn geen ziekdagen. Dit weekend is gelukkig mijn vriend er om voor Lily en het huishouden te zorgen, maar morgen is het maandag en ik voel me nog steeds belabberd.

Gelukkig komt mijn moeder morgen even langs om voor mij en/of Lily te zorgen. Wat een mazzel heb ik daarmee! Mijn ouders en schoonouders wonen beiden hartstikke dichtbij en springen altijd bij als het echt nodig is. Ik kan me niet voorstellen hoe een alleenstaande moeder dit doet. Je hebt echt een netwerk nodig. It takes a village to raise a child.

Read more

Keuzes. Ik heb er nog nooit zo veel moeten maken als sinds ik moeder ben. Ik werd er bijna door overdonderd. Er zijn ook zó veel mogelijkheden, dat je bijna door de bomen het bos niet meer ziet. Nu ik ruim 15 maanden moeder ben kijk ik héél anders tegen dingen aan dan toen ik net moeder was. Helemaal als ik mezelf vergelijk met degene die aan het roer stond toen ik zwanger was, herken ik mezelf bijna niet meer terug. Ik weet nu veel beter wat ik wel en niet wil, maar daar ben ik onder andere gekomen door het in eerste instantie maken van de ‘verkeerde’ keuze. Let wel, met de ‘goede’/’verkeerde’ keuze bedoel ik in welke mate ze goed/verkeerd zijn voor jou en je kleintje. Vaak is er geen goede/verkeerde keus, zolang je maar naar jezelf en je kindje luistert (zie ook mijn vorige post).

Eén van de vele keuzes die je moet maken betreft de babyfoon. Ten eerste: wíl je een babyfoon gebruiken? Zo ja, welke moet je dan kiezen? Ik zal je hier proberen wat wegwijs in te maken. Continue reading Keuzes: de babyfoon (herziene versie)

Read more

De laatste tijd komt het woord ‘oer’ steeds vaker in me op. Het krijgt op steeds meer vlakken een betekenis. Eén van de betekenissen die het heeft gekregen is dat van het Oergevoel. Ik denk dat we ons Oergevoel, ons instinct, een beetje zijn kwijtgeraakt. Het zit er nog wel, maar we luisteren er niet naar. Sterker nog, we hóren ‘m soms niet eens meer!

In een gesprek over werken of thuismoederen vroeg een vriendin aan mij:

Als alles zou kunnen en geld geen rol zou spelen, wat zou je dan willen?

Ik wil wél werken, part-time dan. Maar wát wil ik dan doen? Ik ging in mijn hoofd de vacatures af die ik de afgelopen tijd was tegengekomen. En ik bedacht me hoe ik in de vacatures zou kunnen passen. Maar dát was niet de vraag! De vraag was wat ík wilde. Ik zou naar mijn gevoel moeten luisteren, maar ik kon het niet vinden. Continue reading Oer 1.

Read more

De bomen zijn nog kaal maar de vogeltjes fluiten. Het slaapkamerraam staat ‘s nachts open en als ik wakker word hoor ik getjilp. Als Lily eenmaal wakker is kan ze niet wachten om de dag te beginnen. “Wil je naar buiten kijken?” vraag ik. Op haar knieën, met haar vuistjes omhoog, wacht ze enthousiast tot ik het gordijn open doe. De zon schijnt en de bloemen bloeien. Het is lente!

Continue reading Optimisme in bloei

Read more

Vorige week donderdag was het heerlijk lenteachtig weer. De zon scheen, de wind bleef weg en ik zat op een terrasje bij de kinderboerderij te genieten van de warmte op mijn huid terwijl mijn moeder achter mijn dochter aanliep, die op haar beurt weer achter een hond aan drentelde. Het was genieten.

Met het lekkere weer kwam ook de term ‘rokjesdag‘ weer voorbij. Het wás dan wel geen rokjesdag (daar had het nog iets warmer voor moeten zijn), maar ik hoorde de term hier en daar vallen. “Rokjesdag is die ene dag in het voorjaar dat alle vrouwen als bij toverslag ineens een rok dragen, met daaronder blote benen,” aldus columnist Martin Bril, die de term ‘groot’ maakte. Dit jaar voor het eerst gingen mijn nekharen er van overeind staan.

Continue reading Feminist

Read more

Ik ben niet goed in het spelen van spelletjes. Bij Monopoly koop ik de straten met een leuke naam of een mooie kleur. Bij Yahtzee ga ik voor de combinaties die ik al had. Bij Stratego verstop ik mijn vlag altijd op dezelfde plek. Ik heb geen poker face. Ik kan niet bluffen. En áls ik bluf, vergeet ik dat weer en verraad ik mezelf alsnog.

The Dating Game

In daten ben ik ook niet goed. Gelukkig kwam ik mijn vriend tegen, anders was ik die vrouw met die katten geworden. En die fles wijn. — Oké, ik heb nu óók katten. En die fles wijn. Maar dat is niet mijn punt.

Ik was, toen ik me nog begaf in het levensgevaarlijke singles-leven, veel te veel mezelf. Dat mag niet. Je moet het spelletje meespelen. Laten blijken dat je ‘m leuk vindt, dan koeltjes doen alsof het je niet boeit, vervolgens geïnteresseerd luisteren naar zijn verhaal en dan vooral niét dezelfde dag nog sms’en! Ik was meer van “Hoi, ik vind je leuk. Wat jij?” Werkt niet. Schrikt af.

Goed. Ik dacht daar dus van af te zijn. Ik ontmoette iemand die mij dezélfde dag nog een sms stuurde.

“Hoi, ik vind je leuk. Wat jij?”

Wij hebben nu een dochter. 🙂

Continue reading What’s the Name of the Game?

Read more